Waarom wij supplementen nodig hebben

(Bryan Hubbard) Uitgebalanceerde voeding is een mythe − en vitaminepillen zijn niet dodelijk, ook al zeggen sommige studies van wel. De meeste volwassenen in het Westen nemen regelmatig een vitaminesupplement − zoals een multivitaminepil. Artsen geloven echter niet alleen dat dit geldverspilling is, maar dat dit de gezondheid in gevaar kan brengen en zelfs het leven verkorten.

De moderne geneeskunde blijft bij de overtuiging dat een doorsnee gezond iemand alle benodigde voedingstoffen uit zijn eten kan halen als hij of zij maar een evenwichtig voedingspatroon heeft. Deze opvatting wordt artsen tijdens hun opleiding bijgebracht − hoewel voeding meestal niet meer dan één dag van hun vijfjarige opleiding in beslag neemt. Dit is ook het standpunt van regelgevende instanties als de Amerikaanse Voedsel- en Geneesmiddelenautoriteit (FDA). In Nederland wordt het officiële standpunt verwoord door het Voedingscentrum1. Zoals ook de gezondheidsdienst van de Engelse National Health Service categorisch stelt op zijn website: ‘De meeste mensen kunnen al hun noodzakelijke vitaminen en mineralen binnenkrijgen door evenwichtig en gevarieerd te eten.’

Vitamine- en mineralensupplementen zijn in deze visie slechts verspilling van geld. Erger nog, ze zouden dodelijk kunnen zijn, zoals sensationele krantenberichten van onderzoeken hiernaar ons willen doen geloven. Het meest recente onderzoek − de Iowa Women’s Health Study − komt tot de conclusie dat oudere vrouwen die hun voeding aanvullen met supplementen het risico lopen op jongere leeftijd te overlijden dan wie geen supplementen neemt. IJzersupplementen schijnen nog het meest riskant te zijn2.

In 2008 kwam de invloedrijke Cochrane Collaboration tot dezelfde conclusie. Ook dat domineerde de nieuwsagenda de volgende dag. De Cochrane-onderzoekers ontdekten in een meta-analyse van 67 medische trials dat mensen die een hooggedoseerde antioxidant namen − bijvoorbeeld vitamine A, bètacaroteen (dat in het lichaam wordt omgezet in vitamine A) of vitamine E − een grotere kans hadden te overlijden dan wie deze niet slikte3.

Met deze studies als achtergrond buigt de Europese Unie zich momenteel over de sterkte van vitamine- en mineralensupplementen die in Europese winkels verkocht gaan worden. De Alliance for Natural Health (ANH) − een lobbygroep − vreest dat de ‘maximaal toegestane niveaus’ (MPL’s) van de actieve stof in supplementen dermate laag zullen worden, dat ze geen enkele therapeutische waarde meer hebben.

De FDA doet voorstellen om de verkrijgbaarheid van aanvullende voedingsproducten in Amerikaanse winkels aan banden te leggen en zelfs om de verkoop van producten die al twintig jaar verkrijgbaar zijn te verbieden, tenzij ze door onbetaalbare onderzoeken worden goedgekeurd.

Kortom, kunnen we inderdaad alleen gezond blijven door evenwichtig te eten of hebben we supplementen nodig? En als we die nemen, vergroten we dan ons risico om voortijdig te overlijden?

De gemiddelde mens
Als uitgangspunt voor adequate hoeveelheden nutriënten voor een gezond lichaam wordt de ‘dagelijkse referentie-inname’ (RDI) gehanteerd, die in Engeland in de plaats is gekomen voor de ‘aanbevolen dagelijkse hoeveelheid’ (ADH). Per land kunnen ze verschillen, maar in Europa wordt gestreefd naar Europese aanbevelingen. Deze worden geacht voldoende te zijn om te voorzien in de behoefte van 98 procent van de gezonde mensen (zie kader). Volgens de gezondheidsinstanties zou een gezond dieet hierin moeten kunnen voorzien. Uitzonderingen hierop zijn zwangeren en vrouwen die borstvoeding geven, kinderen tussen de zes maanden en vijf jaar, mensen ouder dan vijfenzestig en mensen met een donkere huid − die ook volgens ons Voedingscentrum supplementen met vitamine D moeten nemen. Volgens de Engelse NHS moeten kinderen daarnaast tot de leeftijd van vijf jaar ook extra vitamine A en C nemen.

Het grootste probleem hierbij is dat er geen algemeen toepasbare richtlijnen te geven zijn, want niemand van ons is 100 procent ‘gemiddeld’ of ‘gezond’ of beide. Ieder van ons is biochemisch uniek. Volgens voedingsdeskundige dr. Damien Downing werd in een onderzoek bij cavia’s ontdekt dat de individuele behoefte aan vitamine C bij de proefdieren onderling twintig variaties kende. ‘Aangenomen mag worden dat dit getal bij mensen minimaal even hoog zal zijn’, zo stelt hij.

Onze voedingsbehoeften variëren ook met onze leeftijd en geslacht, stressniveau en genetisch profiel. Sommigen van ons hebben bijvoorbeeld een aangeboren grotere behoefte aan foliumzuur en vitamine B6, B12 en B2. Bij vrouwen met een tekort hieraan is het risico op borstkanker verhoogd4. Personen met een specifieke enzymvariant hebben een behoefte aan vitamine B6 die vele malen groter is dan de referentiewaarde.

Deze referentiewaarden zijn vastgesteld om de gezondheid in stand te houden, maar zijn ontoereikend wanneer we ziek zijn of lijden aan een chronische aandoening. Autistische kinderen bijvoorbeeld hebben veel meer B6 nodig dan de standaardnorm. Hoewel een autistisch kind dat 60 kilo weegt 1000 mg per dag nodig heeft, zo bleek uit een onderzoek5, zou volgens de RDI slechts 2 mg volstaan, het gemiddelde voor de gezonde persoon.

Evenwichtige voeding
Uitgebalanceerde voeding betekent: verstandig eten, met gevarieerde hoeveelheden uit de volgende vijf voedingsgroepen.

  • Groente en fruit. Neem vijf porties per dag.
  • Zetmeelrijke voeding zoals brood, ontbijtgranen, aardappelen en pasta. Deze zouden een derde van onze dagelijkse voeding moeten uitmaken.
  • Vlees, vis, eieren en bonen. Deze zijn een bron van eiwit en tevens een goede bron van vele vitaminen en mineralen, volgens het Voedingscentrum. Zet twee maal per week vis op het menu.
  • Melk en melkproducten, waaronder kaas en yoghurt. Nog zo’n bron van eiwit en calcium.
  • Vetten en suiker. Dit zijn bronnen van energie en zijn de basis van de calorieëntheorie bij gewichtstoename. Velen van ons eten veel te veel vet en suiker, wat volgens de gezondheidsautoriteiten kan leiden tot obesitas , diabetes type 2, bepaalde vormen van kanker, hartaandoeningen en beroerte.
    Velen van ons hebben chronische gezondheidsproblemen, doordat onze voeding onevenwichtig is en we te veel vetten en suikers eten en vooral te weinig groenten en fruit.

Maar het begrip ‘uitgebalanceerd eten’ geeft een te eenvoudige voorstelling van zaken. Daarbij wordt geen onderscheid gemaakt tussen bewerkt en onbewerkt voedsel, biologisch geteeld of in massaproductie, individuele gezondheidsprofielen, leeftijd en sekse en de eventuele aanwezigheid van een chronische ziekte. In zijn algemeenheid gaat dit voorbij aan het feit dat er allerlei problemen bestaan met het voedsel dat we eten, waardoor we vraagtekens kunnen zetten bij de theorie van de uitgebalanceerde voeding.

Vers voedsel
Bij het begrip evenwichtig voedingspatroon wordt er automatisch van uitgegaan dat het voedsel dat we eten vers is. Het moet ons voorzien van alle vitaminen en mineralen die ons lichaam nodig heeft om te functioneren. Maar al het voedsel verliest zijn voedingswaarde vanaf het moment dat het is geslacht, geoogst, gebakken of geproduceerd. Hoe verser het voedsel dus is, des te beter de kwaliteit.

Een inventarisatie bij een doorsneesupermarkt, gedaan door Alex Renton en te vinden op MailOnline6, onthulde de volgende feiten.

  • Zogenaamd ‘vers’ lamsvlees uit Nieuw-Zeeland kan wel twee maanden oud zijn wanneer het de winkelschappen bereikt en bij Brits lamsvlees duurt het een maand voordat het wordt verkocht.
  • Brood is soms tien dagen oud voordat het wordt verkocht en kan daarna thuis nog dagenlang worden gegeten vanwege de conserveringsmiddelen en schimmelremmers dat het bevat – zoals calciumpropionaat en ascorbinezuur.
  • Eieren worden tot tien dagen nadat ze gelegd zijn verkocht.
  • Een vis ligt soms wel twaalf dagen op ijs voordat hij in de supermarkt komt en kan daar wel vier dagen liggen voordat u hem koopt.
  • Fruitsap kan een jaar oud zijn tegen de tijd dat u het mee naar huis neemt. Dat is zeker het geval bij het sap dat is gemaakt van vruchtenconcentraat.
  • ‘Verse’ groente is soms tien dagen oud voordat deze wordt verkocht, vooral die van buitenlandse leveranciers. Bij bakaardappelen is dat vaak zes maanden.
  • Driekwart van de appels die we eten, komt uit het buitenland en het is geen uitzondering als ze pas na een half jaar bij ons te koop zijn. In de tussentijd worden ze van een waslaagje voorzien − om ze ‘gezond’ te laten glimmen − en bewaard in gekoelde containers die gevuld zijn met een speciaal gas om bederf tegen te gaan. Bananen zijn rond de tien dagen oud voordat wij ze kopen en in plastic verpakt soms 25 dagen oud.
  • Melk is gewoonlijk drie dagen oud voordat we hem kopen en blijft nog ongeveer een week drinkbaar mits in de koelkast bewaard. Dat komt doordat hij wordt gepasteuriseerd − een verhittingsproces dat ook de vitamine C en andere nutriënten vernietigt.

Wie wil profiteren van het gezonde effect van uitgebalanceerde voeding moet lokale boodschappen doen, liefst bij een boerderijwinkel, of zelf verbouwen. Maar zelfs als u direct van de boer of uit eigen groentetuin eet, kunt u nog steeds te maken krijgen met het volgende probleem.

Verarmde grond: Intensieve landbouw en pesticiden hebben de grond beroofd van zijn mineralen en dit heeft gevolgen voor de kwaliteit van ons voedsel. In 1900 bestond tarwe nog voor 90 procent uit eiwit, maar vandaag de dag is dat eerder 9 procent. In 1948 bevatte een ons spinazie ongeveer 158 mg ijzer, maar tegenwoordig is dat gekelderd naar slechts 1 mg7,8.

Uit een onderzoek bij 1995 volwassenen kwam naar voren dat 90 procent van hen te weinig foliumzuur binnenkreeg, 50 procent niet genoeg vitamine C en magnesium en bij iedereen was de ijzer- en calciumconsumptie te laag9.

Een Brits onderzoek bij 433 mannen en 876 vrouwen uit de lagere inkomensgroep wees uit dat 25 procent van de mannen en 16 procent van de vrouwen een tekort aan vitamine C had, zelfs zodanig dat er een groot risico op scheurbuik bestond10.

In onderzoek onder veganisten werd ontdekt dat het voedsel dat zij aten slechts 46 procent van het RDI-vereiste aan selenium bevatte11. Volgens een publicatie van onderzoekers van het Children’s Hospital & Research Center Oakland, in Californië, hebben de meesten van ons in feite te weinig selenium en dit tekort kan een reeks ouderdomsgerelateerde ziekten uitlokken, zoals kanker, hartaandoeningen en verlies van hersenfunctie12. In het bijbehorende redactioneel artikel tekent de hoofdredacteur van The FASEB Journal, dr. Gerald Weissman, aan: ‘Dit onderzoeksverslag zou een eind moeten maken aan de discussie over het belang van een goede, complete multivitaminepil per dag. Zoals hieruit blijkt, is het nemen van een multivitamine die selenium bevat een goede manier om tekorten te voorkomen die in de loop der tijd tot gezondheidsschade kunnen leiden. Het proces dat daaraan ten grondslag ligt, beginnen we nu pas langzamerhand te begrijpen.

Aanvullen of niet, dat is de vraag
Als we ondervoed raken door onze slechte en eenzijdige voeding, moeten we dan vitamine- en mineralensupplementen nemen om gezond te blijven? Maar als we dat doen, richten we dan meer kwaad dan goed aan en bespoedigen we misschien zelfs onze eigen dood?

De onderzoeken die suggereren dat supplementen dodelijk kunnen zijn, zijn sterk bekritiseerd door de provitaminelobby, die ze als ‘slechte wetenschap’ heeft afgedaan. Wel blijkt uit de bevindingen – ook al valt daar veel op af te dingen – dat het hier om een zeer complexe materie gaat. Volgens dr. Robert Verkerk – directeur en stichter van de ANH (Alliance for Natural Health) – moet bij het nemen van supplementen het volgende goed overwogen worden.

Afzonderlijke nutriënten
De onderzoeken met een negatieve conclusie concentreerden zich op mensen die afzonderlijk synthetische vitaminen gebruikten, met name carotenoïden (vitamine A) en vitamine E. Onderzoekers komen tot de conclusie dat supplementen die het proces weerspiegelen waarmee wij vitaminen absorberen uit voedsel het meest effectief en veilig zijn. Supplementen met vitaminecomplexen die samenwerken lijken veiliger en heilzamer.

Antioxidanten
De standaardantioxidanten – bètacaroteen, vitamine A, C en E en selenium – kunnen het tegengestelde effect hebben en pro-oxidant worden als ze afzonderlijk en in een te hoge dosering worden ingenomen. Hoge doses synthetisch vitamine E verminderen de opname in het lichaam van de belangrijkere antioxidante vorm van vitamine E – gammatocoferol, de soort die in voedsel zit en in supplementen van hoge kwaliteit.

Synthetische vorm
Gesynthetiseerde vitamine E (alfatocoferol), bètacaroteen en folaat (pteroylmonoglutamaat) kunnen als ze afzonderlijk worden gebruikt bij sommige mensen een schadelijk effect hebben. Maar ze zijn veilig en heilzaam, mits ze in de volgende vorm worden genomen: vitamine E als een mengsel van tocoferolen en tocotriënolen, bètacaroteen als een mengsel van natuurlijke carotenoïden en foliumzuur als natuurlijk folaat, waaronder de 5-methyltetrahydrofolaat-vorm.

Wetenschappers van Purdue University hebben ook ontdekt dat door het productieproces van sommige vitaminen de werking snel afneemt, waardoor ze hun voedingswaarde verliezen en zelfs schade zouden kunnen aanrichten.

Antiklontermiddelen – die worden gebruikt in de poedervorm, vooral vitamine-C-poeder –beschermen het nutriënt waar ze aan toegevoegd zijn niet tegen schade door vochtopname, zelfs bij een relatief lage temperatuur en vochtigheidsgraad. Ze zijn dus zo goed als waardeloos voor wie ze inneemt. Erger nog, wanneer het afbraakproces eenmaal is begonnen, verandert het product snel van een vaste naar een vloeibare vorm en wordt instabiel, wat wellicht tot gezondheidsschade leidt13.

Weinig doden
Met dit alles in het achterhoofd worden de zogenoemde ‘dodelijke effecten’ van supplementen die werden vastgesteld in een handjevol onderzoeken nogal dubieus. De Iowa Women’s Health Study baseerde zich op informatie uit vragenlijsten die waren ingevuld door 38.772 vrouwen. Verzuimd was echter om ook te vragen naar dosering en soort vitaminesupplement dat ze gebruikten. De ‘gevaarlijke’ vitaminesupplementen waren onder meer vitamine B6 en foliumzuur en de mineralen ijzer en koper, aldus de onderzoekers.

Niet alleen werd het type supplement niet gevraagd, evenmin of de vrouwen daarnaast medicijnen gebruikten, wat hun voedingstoestand was en of ze al subklinische verschijnselen hadden van een chronische ziekte die door supplementen niet ongedaan kon worden gemaakt.

De Cochrane-review die drie jaar eerder was gepubliceerd, bracht aan het licht dat 13,1 procent van de 232.550 deelnemers die een anti-oxidantsupplement gebruikten – vitamine A en/of E – stierf, ten opzichte van 10,5 procent in de groep die geen supplementen nam. Alvorens de onderzoeken echter in de review mee te nemen hadden de Cochrane-onderzoekers 405 andere studies naar vitaminesupplementen buiten beschouwing gelaten, omdat daarin geen sterfgevallen voorkwamen – waardoor ze op voorhand een bias inbouwden. De 67 trials die wel werden geselecteerd voor de meta-analyse waren die waarin personen werden gevolgd die al chronisch ziek waren – en dus meer kans hadden te overlijden – en die hooggedoseerde supplementen namen. Zoals de ANH benadrukte, was dit geen goede afspiegeling van het doorsneesupplementgebruik.

De slotsom
In hun slotconclusie stellen de Cochrane-onderzoekers dat hun bevindingen de behoefte aan meer controle op en beperking van vitaminegebruik ondersteunen. Een scepticus zou kunnen zeggen dat hun aanbeveling hun ware bedoelingen onthult. Die beschuldiging is eerder gedaan aan het adres van andere onderzoekers die geconcludeerd hadden dat vitaminesupplementen dodelijk zijn.

Zeker is dat hun conclusies wel het ‘bewijs’ verschaffen dat wordt aangegrepen om de beschikbaarheid van supplementen – in heel Europa en onlangs in de VS – aan banden te leggen. Maar dit handjevol onderzoeken valt volkomen in het niet bij de duizenden die een wezenlijk en therapeutisch profijt van supplementen hebben aangetoond (zie kader).

Ook hun andere conclusies zijn afwijkend, wat doet vermoeden dat er iets niet deugt aan hun analyse en/of interpretatie.

1http://www.voedingscentrum.nl/encyclopedie/vitamines.aspx
2Arch Intern Med, 2011; 171: 1625-1633
3Cochrane Database Syst Rev, 2008; 2: CD007176
4Carcinogenese, 2001; 22: 1661-1665
5Autism Res Rev Intl, 1997; 11: 3
6MailOnline, http://www.dailymail.co.uk, 26 maart 2011
7Am J Clin Nutr, 1992; 55: 1161-1167
8Diabetes, 1980; 29: 919-925
9Can J Diet Pract Res, 2007; 68: 23-29
10J Public Health [Oxf], 2008; 30: 456-460
11www.rawfoodlife.com/Articles___Research/Perfect_Food/perfect_food.html
12FASEB J, 2011; 25: 1793-1814
13J Food Sci, 2011; 76: C1062-1074

Basisregels voor een goede gezondheid
Voor de consument is het relatief gemakkelijk om zijn gezondheid op peil te houden door het volgen van de volgende eenvoudige regels.

  • Kies bewust bij wie je koopt. Koop biologisch voedsel van een plaatselijke leverancier. Zelfs biologische voeding is niet even vers en voedzaam als het van ver moet worden aangevoerd.
  • Verbouw je voedsel zo mogelijk zelf. Dat is bijna de enige manier om zeker te kunnen zijn van de voedingswaarde, omdat ook biologisch voedsel van verarmde grond kan komen.
  • Ga ervan uit dat je een magnesium- en zinktekort hebt. Dat hebben de meeste mensen, dus zorg voor dagelijkse toevoeging. Waarschijnlijk heb je ook een vitamine-D-tekort; zorg dus voor vette vis op het menu, lever en zuivelproducten of neem een supplement.
  • Eet meer dan de aanbevolen vijf porties groente en fruit per dag. De aanbevelingen zijn bedoeld als minimum om ondervoeding te voorkomen en niet om de gezondheid te optimaliseren, maar vermijd te veel vitamine E en A, omdat een hoog gehalte daarvan giftig kan zijn.
  • Wees even kieskeurig bij het kopen van vitaminen als bij voedsel. Neem vitaminecomplexen die synergetisch werken − hoe meer de vitamine lijkt op de werking van voedsel, hoe beter.
  • Hecht geen geloof aan negatieve publiciteit. Vitamine- en mineralensupplementen spelen een belangrijke rol bij het herstel van chronische aandoeningen. Neem daarbij wel de bovenstaande regels in acht.

Dagelijks tekort op een rijtje
Hieronder staat de Referentie Daginname (RDI) voor de belangrijkste groepen vitaminen en mineralen. Het zijn de minimumvereisten om een tekort te voorkomen en niet de hoeveelheden die vereist zijn om een goede gezondheid op peil te houden. Doseringen met een asterisk (*) moeten aanzienlijk hoger zijn dan de RDI.

Vitamine/mineraal RDI
Vitamine A 5000 IU
*Vitamine C 60 mg
Calcium 1000 mg
IJzer 18 mg
*Vitamine D 400 IU
Vitamine E 30 IU
*Vitamine K 80 mcg
*Vitamine B6 2 mg
*Vitamine B12 6 mcg
*Magnesium 400 mg
*Zink 15 mg

Supplementen helpen, ze zijn niet dodelijk
De weinige onderzoeken die suggereren dat supplementen uw leven verkorten, vallen in het niet bij de duizenden die – door de jaren heen – hebben aangetoond dat supplementen ernstige gezondheidsproblemen kunnen voorkomen – en zelfs kunnen verhelpen.

  • ALS (amyotrofe laterale sclerose). Zoals vaak het geval is bij onderzoek naar supplementgebruik, was het de bedoeling van wetenschappers van de Harvard School of Public Health aan te tonen dat vitaminen ziekten konden veroorzaken. Uit hun studie kwam echter het tegendeel naar voren. In een onderzoek met 805 ALS-patiënten werd gevonden dat vitamine E de ziekte hielp te voorkomen, met name bij vrouwen1.
  • Kanker. Dagelijks gebruik van multivitaminen en mineralen kan kanker helpen voorkomen. Uit een meta-analyse van supplementstudies concludeerden de onderzoekers dat vitaminesupplementen preventief werken tegen kanker bij mensen met een slechte voedingstoestand2.
  • Baarmoederhalskanker. Vitaminen A (waaronder bètacaroteen), C en E bieden een krachtige bescherming tegen baarmoederhalskanker, aldus onderzoekers die 144 patiënten vergeleken met 288 gezonde controlepersonen van gelijke leeftijd3.
  • Dikkedarmkanker. Het eten van meer groente, fruit en volkorenproducten leidde niet tot vermindering van het risico op deze vorm van kanker; het vijf jaar of langer slikken van vitamine- en mineralensupplementen deed dat wel. Het effect was significant, vooral bij vrouwen, aldus de onderzoekers4.
  • Infectie. Voedingssupplementen helpen infecties te voorkomen, vooral bij personen met diabetes type 2. 196 diabetici kregen gedurende zes maanden ofwel micronutriënten, ofwel een placebo. Alle infecties van de bovenste luchtwegen (een gewone verkoudheid), fijt (infectie van nagelbed en nagelriem), vaginitis (vaginale infectie), urineweginfecties, tandvleesontstekingen en aften kwamen minder voor in de groep met supplementen dan in de controlegroep5.
  • Ontsteking. Een combinatie van vitamine C en E en caroteen helpt het C-reactief proteïne en homocysteïne in het bloed te verminderen. Beide zijn ontstekingsmarkers en een erkende belangrijke oorzaak van meer dan 80 ziekten, waaronder hartproblemen6.
  • Levensduur. Zelfs standaarddoses vitamine-D-supplementen kunnen helpen om langer te leven. D2 (ergocalciferol) en D3 (cholecalciferol) hebben een beschermend effect tegen levensbedreigende ziekten als kanker, hart- en vaatziekten en diabetes, en helpen op die manier om langer te leven, aldus onderzoekers7.
  • Mentale gezondheid. Vitamine-D-supplementen helpen ons mentaal scherp te blijven naarmate we ouder worden. Een onderzoek bij 5596 vrouwen met een gemiddelde leeftijd van 80 jaar wees uit dat wekelijks gebruik van vitamine-D-supplementen het geheugen en de concentratie verbeteren8.
  • Myocardinfarct (hartaanval). De vitaminen A, C, D en E halveren het risico op een myocardinfarct wanneer deze op zichzelf worden ingenomen. Het beschermende effect is sterker bij vrouwen die geen verleden van hartziekte hebben. Een multivitamine die vijf jaar of langer wordt geslikt, heeft ook een beschermende werking9.
  • Osteoporose. Vitamine D en K helpt de gezondheid van de botten te verbeteren bij vrouwen na de menopauze. In een studie kregen 51 vrouwen – allen met een verhoogd risicoprofiel voor osteoporose – een mediterraan laag-glykemisch dieet in combinatie met aerobic fitness en tevens vitamine D en K, of een placebo. Bij de vitaminegroep kwam er een significante toename van collageen en meer positieve markers voor botmetabolisme uit naar voren, vergeleken met de placebogroep10.
  • Zwangerschap. Vrouwen die vitamine C slikken, beperken het risico dat ze ziekenhuiszorg tijdens hun zwangerschap nodig hebben. Zo bleek uit een onderzoek bij 384 zwangere vrouwen van wie de helft 400 mg vitamine C per dag kreeg. 42 procent van hen had geen ziekenhuiszorg nodig, terwijl dat bij de andere helft voor slechts 27 procent gold11.
  • Prostaatkanker. Zinksupplementen beschermen tegen prostaatkanker. Uit een onderzoek onder 35.242 mannen bleek dat wie gemiddeld minimaal 15 mg zink per dag als supplement nam minder kans had op deze ziekte dan de controlegroep, zonder dit supplement12.
  • Wondgenezing. Oraal gebruik van vitamine C plus zink bespoedigt de wondgenezing. De combinatie helpt beter voor de genezing van zweren en chirurgische wonden dan vitamine C alleen13.

1Am J Epidemiol, 2011; 173: 595-602
2Evid Rep Technol Assess, 2006; 139: 1-117
3Nutr Cancer, 2010; 62: 181-189
4Eur J Cancer Prev, 2007; 16: 275-291
5Asia Pac J Clin Nutr, 2011; 20: 375-382
6Public Health Nutr, 2011; 14: 2055-2064
7Arch Intern Med, 2007; 167: 1730-1737
8Neurology, 2010; 75: 1810-1816
9Am J Clin Nutr, 2010; 92: 1251-1256
10Nutr Res, 2011; 31: 347-355
11Pan Afr Med J, 2011; 5: 15
12Nutr Cancer, 2009; 61: 206-215
13Curr Opin Clin Nutr Metab Care, 2009; 12: 588-595

Bron: Medisch dossier

You may also like...

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.